Prijs der Nederlandse Letteren.

Toespraak

Toespraak van Hare Majesteit de Koningin bij uitreiking Prijs der Nederlandse Letteren, Paleis Noordeinde, 14 november 1986

Dames en heren,

De Prijs voor de Nederlandse Letteren wordt eens in de drie jaar uitgereikt, beurtelings door de Koning der Belgen en door mijzelf. Vandaag valt de uitreiking van de prijs aan mij toe. Het doet mijn man en mij veel genoegen dat dit de aanleiding kon zijn U allen in het Paleis Noordeinde te ontvangen. Gaarne heet ik de leden van Comité der Ministers, de leden van de jury en de prijswinnaar de heer Hugo Claus, hier hartelijk welkom, evenals de leden van de Interparlementaire Commissie en U allen, dames en heren uit België en Nederland, die het feestelijk karakter van deze bijeenkomst door Uw aanwezigheid versterkt.

De Prijs der Nederlandse Letteren wordt dit jaar voor het eerst toegekend door de Nederlandse Taalunie - opgericht in 1980 bij Verdrag tussen Nederland en Belgi7euml;. Dit verdrag was een logisch gevolg van het groeiend inzicht in beide landen dat het behoud van ons gemeenschappelijk taal- en letterkundig erfgoed ons aller inspanning vereist. De Taalunie bevordert de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin. Zij vormt door deze opdracht een belangrijk instrument in de hechte samenwerking die tussen onze beide landen bestaat.

Uw staat van dienst, mijnheer Claus, als literator, spreekt voor zichzelf. Als auteur, dichter en toneelschrijver hebt U een geheel eigen stempel gedrukt op de na-oorlogse Nederlandse letterkunde. De veelzijdigheid van Uw talent is indrukwekkend. Met Uw werk, waarin wij vooral worden getroffen door de grote verbeeldingskracht, de scherpe waarneming en het rijke taalgebruik, hebt U een blijvende bijdrage geleverd aan het litteraire leven in ons land en aan de schoonheid van het Nederlands. De jury heeft Uw betekenis voor de Nederlandse letterkunde beschreven. Uw vele lezers kennen de hand van de meester die ons de mogelijkheden van onze eigen taal heeft laten zien.

De Prijs der Nederlandse Letteren maakt U niet tot een belangrijk schrijver. Het is omgekeerd: het belang van Uw werk heeft de jury tot haar advies en het Comité der Ministers tot zijn besluit gebracht. Het doet mij veel genoegen, mijnheer Claus, U thans te mogen verzoeken naar voren te komen en de Prijs der Nederlandse Letteren voor 1986 in ontvangst te nemen.