Juryrapport Astrid H. Roemer

Heimwee dat nog verder reikt dan een vaderland en een moedertaal

Juryrapport Prijs der Nederlandse Letteren 2021

De artistieke stem van Astrid H. Roemer is eigengereid en controversieel, het
schrijversidiolect particulier, de stem niet inwisselbaar, vooral onmodieus. Het
Nederlands dat Roemer schrijft, is gevormd in contact met talen en culturen in
het Caribisch gebied, in Suriname. De toon van Roemers taal is bijzonder,
karakteristiek voor een auteur die tussen Suriname en Europa jarenlang een
positie heeft ingenomen.

De jury draagt mevrouw Astrid H. Roemer met unanimiteit van stemmen voor
als laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren. Haar werk thematiseert en
gaat in gesprek met het koloniale verleden en de slavernij, maar evengoed met
de geschiedenis van de dekolonisatie. De ‘grote’ geschiedenis vertaalt zich in
vele ‘kleine’ verhalen: die van de familiekroniek en vertellingen over en van
uiteenlopende etnisch-culturele groeperingen. Roemer laat het traumatische
verleden – de slavernij, de koloniale geschiedenis, de militaire dictatuur –
doorwerken in het heden van families en individuele mensen, over verschillende
generaties heen. ‘Suriname is pas sinds honderd jaar na honderden jaren van
onderdrukking en uitbuiting van flora en fauna en slavernijarbeiders bezig te
ontwaken uit de verbijstering niet Hollands Europees maar Zuid-Amerikaans te
zijn en om geïntegreerd te raken op en in het continent zal ontzettend lang duren
maar iets verrassends opleveren’, zei ze in een interview met collega-schrijfster
Tessa Leuwsha.

Astrid H. Roemer, die in 1947 werd geboren, ontving in 2016 de P.C. Hooftprijs
voor verhalend proza. In haar werk combineert ze politiek engagement met
experimentele vormen. De autofictionele romantrilogie Gewaagd
leven
 (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1998) – in 2016 opnieuw
uitgegeven onder de titel Onmogelijk moederland – is haar magnum opus. Over de gekte van een vrouw (1982), een voorbeeld van écriture féminine en de
roman waarmee ze in Nederland een groot publiek kreeg, wordt gezien als een
‘fragmentarische’ feministische biografie en een literair experiment. Haar werk
is onconventioneel, poëtisch en soms grillig. Roemer heeft onmiskenbaar een
krachtige eigen stem en neemt in het bijzonder met haar ‘dekolonisatieromans’
een unieke positie in het Nederlandstalige literaire landschap in. Alle grote
migrantenthema’s komen in haar werk aan bod. De migrantenpositie van de
schrijver wordt in de fragmentarische en fictionele autobiografie sterk
beklemtoond. In Lijken op Liefde bijvoorbeeld, wil het personage Onno Mus
‘het heimwee’ aan de orde stellen ‘dat nog verder reikt dan een vaderland en een
moedertaal’. Liefde in tijden van gebrek (2016) heeft als genreaanduiding
‘Memoires van een thuisloze’. Hoogleraar Nederlands-Caraïbische letteren
Michiel van Kempen stelt terecht dat in Roemers werk een poging wordt
ondernomen ‘het essentiële van mensen op het spoor te komen en daarvoor moet
afstand gedaan worden van sekse, ras, kleur, nationaliteit, bepaaldheid door
afkomst en familiebanden’.

De trilogie Onmogelijk moederland kan worden beschouwd als haar beste werk.
Net als Salman Rushdie of – dichter bij huis – A.F.Th. van der Heijden, schrijft
ze in de breedte: door de beschrijving van uiteenlopende milieus, personages en
hun sociale en geografische herkomst schetst ze de kroniek van een tijdperk. Zij
doet dat op een hoogstpersoonlijke wijze: in romans en verhalen die een geheel
eigen positie innemen in de recente prozaproductie van het Nederlands. Elk van
de drie romans heeft een andere hoofdpersoon, maar deze figuren blijken op een
bepaalde manier toch weer met elkaar samen te hangen. Het verhaal loopt door.
Roemer schrijft caleidoscopisch proza, dat heen en weer schiet tussen
verschillende familiegeschiedenissen. Ze voert personages op met uiteenlopende
etnische achtergronden die opduiken en weer verdwijnen, op en neer reizen
tussen Suriname en Nederland, het moederland en het land van de kolonisator.
Het is een overweldigende carrousel van dromen, beelden, symbolen, geluiden en geuren en kleuren. De narratieve lijn wordt in deze trilogie bijeen gehouden
door een spannende intrige. Politiek, zoals immigrantenthema’s en de
geschiedenis van slavenhandel en kolonisatie, maar ook schuld en liefde spelen
een belangrijke rol in dit werk.

De schrijfster spaart in haar romans niemand: niet de oude koloniale
machthebbers in Nederland, en zeker niet de Surinaamse mannen en vrouwen
met hun etnische preoccupaties, hun identiteitscrises, geweld en drang tot
vernietiging. En ook niet het getinte racisme: ‘een reststructuur van het
kolonialisme’, noemde ze dat in een interview met Maria Vlaar. ‘Het is lang zo
gebleven: wit is top, en dan treetje voor treetje naar beneden, tot het inferieure
zwart van de slaven.’ Ze spaart ook niet het conservatisme en de verstikkende
morele normen die vrouwen bij uitstek treffen.

Naast de écriture feminine, met tal van vrouwelijke motieven, en de focus op
etniciteit, heeft Roemers werk ook een maatschappijkritische dimensie. Dat zij
de klassieke structuur van de roman, een conventionele stijl en
beeldengrammatica aan de kant schuift en daarvoor een hoogstpersoonlijke
schriftuur in de plaats zet, kan als een literair-esthetisch en ook politiek-
ideologisch statement worden gelezen. Taal is ideologisch bepaald. De taal
waarin Roemer schrijft, is die van de kolonisator, maar ze hanteert die op zo’n
exuberante, beeldende en volstrekt eigen manier, gebruikmakend van zo’n rijk
reservoir aan taalregisters, dat ze tegelijk recht doet aan de taal zoals die in haar
land wordt gesproken én een unieke stem ontwikkelt. Door te ontwrichten, en
een eigen écriture artiste te ontwerpen, bekritiseert zij impliciet de conventies
en de burgerlijke ideologie die in de omgangstaal besloten ligt. De manier
waarop zij een anti-imperialistisch discours ontwerpt, dwingt bewondering af.
Vooral ook de consistentie waarmee zij de denotatieve taal op de korrel neemt
en deconstrueert.

Corruptie en schuld zijn niet weg te wassen in de Surinaamse maatschappij, zo
is te lezen, omdat ze een lange geschiedenis hebben die zelfs teruggaat tot de
slavernij. ’Het kwaad dat was gezaaid, gegroeid, geoogst in de eeuw van de
slavernij. […] Er waren gedurende driehonderd jaar dingen gebeurd die zo
geladen waren met wreedheid dat er minstens negen generaties nodig zijn om de
sporen van de wreedheid overal uit te wissen.’ Van Kempen vat de receptie van
de romantrilogie als volgt kernachtig samen: ‘de traumatische moderne
geschiedenis van Suriname [is] nooit eerder met een diepgang als in deze
trilogie in beeld […] gebracht’.

Daarom stelde de jury in februari 2021 met unanimiteit van stemmen voor
Astrid H. Roemer de Prijs der Nederlandse Letteren toe te kennen.

Namens de jury,
Jacqueline Bel, Joost de Vries, Babs Gons, Thys Human, Yves T’Sjoen
(voorzitter), Veerle Vanden Bosch en Marnix Verplancke.