Prijs der Nederlandse Letteren.

Antwerpen, 17 maart 2014

Reglement van de Prijs der Nederlandse Letteren

Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie,

  • gelet op het advies van 28 juni 1985 (R-944) van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren,
  • gelet op de overdracht per 1 januari 1986 van de Prijs der Nederlandse Letteren aan de Nederlandse Taalunie,
  • gelet op zijn besluit van 3 maart 1986 inzake de voorlopige vaststelling van het reglement,
  • gelet op zijn besluit van 10 mei 1988,
  • gelet op zijn besluit van 3 juni 1988 houdende de vaststelling van het reglement voor de Prijs der Nederlandse Letteren,
  • gelet op zijn besluit van 13 oktober 2003 over het oneven aantal juryleden,
  • gelet op zijn besluit van 25 april 2005 over de betrekking van de Republiek Suriname bij reguliere activiteiten van de Taalunie,
  • gelet op zijn besluit van 21 april 2008 over een herziening van de aard en omvang van de Prijs, rekening houdend met een advies hierover van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren,
  • gelet op zijn besluit van 17 maart 2014 over een herziening van de aard van de Prijs, en de samenstelling en de werkwijze van de jury, rekening houdend met een advies hierover van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren,
besluit

het reglement voor de Prijs der Nederlandse Letteren als volgt vast te stellen:

1. Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie stelt met ingang van 1989 ter onderscheiding van auteurs van belangrijke, oorspronkelijke in het Nederlands geschreven letterkundige werken, een driejaarlijkse prijs beschikbaar die de naam draagt van Prijs der Nederlandse Letteren.

2. Aan de prijs is voor de laureaat een geldbedrag van 40.000 euro verbonden.

3. De prijs kan worden verleend aan een letterkundige voor zijn gehele oeuvre, vallende in een van de volgende categorieën:
a) poëzie;
b) verhalend proza;
c) beschouwend proza;
d) drama.

4. Over de toekenning van de prijs wint het Comité van Ministers het oordeel in van een jury, die representatief is voor het gehele taalgebied en de internationale neerlandistiek. Het Comité van Ministers benoemt op voordracht van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren de leden en de voorzitter van de jury. Beurtelings wordt een Nederlander en een Vlaming aangewezen als voorzitter.

5. De jury krijgt zelf de vrijheid om de werkwijze en het aantal overlegmomenten te bepalen, maar wordt gevraagd binnen een bepaalde tijd een voordracht te doen en voor de leden de mogelijkheid te voorzien namen uit te wisselen en zich in te lezen in oeuvres.

6. De jury doet het Comité van Ministers vóór 1 juni van het jaar van de uitreiking van de prijs haar schriftelijk advies toekomen. Het Comité van Ministers deelt vervolgens zo spoedig mogelijk aan de jury mede, of het zich met het advies kan verenigen. Het Comité wijkt niet van het advies af dan na voorafgaand overleg met de jury.

7. De uitreiking van de prijs vindt bij afwisseling in Vlaanderen en Nederland plaats.

8. Voor toekenning van de prijs kunnen niet worden voorgedragen:
a) werken, die in strijd zijn met de Berner Conventie of de Auteurswet 1912 (Nederland);
b) werken die door één der juryleden zijn geschreven of waaraan één der juryleden heeft medegewerkt;
c) auteurs aan wie de prijs reeds toegekend werd;
d) overleden auteurs.

9. De prijs mag niet worden gesplitst. Eervolle vermeldingen kunnen niet worden toegekend.

10. Afschrift van dit besluit wordt verzonden aan de organen van de Nederlandse Taalunie en wordt geplaatst op de website van de Nederlandse Taalunie.